Gij zult Mijn getuige zijn.”


Mijn bekerings-getuigenis (“Het ongeloof sloeg over naar geloof”) was gepubliceerd in de “Goed-Nieuws Krant” regio Beverwijk in augustus 1991. Nu staat er in de bijbel (Hand.1 : 8) dat diegenen die de kracht van de Heilige Geest ontvangen hebben, zullen getuigen van de Heere Jezus Christus. En wat is een getuige? Wel, een getuige is in ieder geval niet iemand die iets heeft van horen en zeggen maar die de dingen zélf heeft gezien/meegemaakt. In getuigenissen zit altijd het gevaar van hoogmoed. Moge God Zelf mij hiervan bewaren. Toch wil ik hieronder een verdergaande getuigenis doorgeven zodat eenieder ook hieraan kan aflezen dat Jezus Christus lééft. Als ongeletterd zijnde, heb ik wellicht geen uitgelezen schrijfstijl of uitnemendheid van woorden of wijsheid doch vermeld ik de meegemaakte dingen onder vermelding van het geschrevene in Gal.1:20: ”Hetgeen ik nu schrijf; ziet ik getuig voor God dat ik niet lieg!” (Mark.3:29)


In november 1991 kon ik met een Joegoslavische broeder die in Nederland woonde en werkte vanuit de Pinkstergemeente Castricum mee op zendingsreis naar Joegoslavië, alwaar de oorlog ’n tweetal maanden was uitgebroken. Normaal gesproken krijgen burgers geen toestemming om de militaire zone in te gaan; laat staan de frontlinie te passeren. Toch dienden wij naar het belegerde Dubrovnic te gaan om de daar aanwezige christenen van voedsel en kleding te voorzien (Matt.6:31) én iemand van het eilandje vóór Dubrovnic af te halen... Maar, hoe doe je dat..? Nadat de officier toestemming had gegeven om naar de frontlinie te gaan hoorde hij dat ikzelf een Nederlander was. Wist hij dit vooraf, dan had hij mij ter plekke als zijnde mogelijke spion gefussilleerd. Aangekomen in convoy (met de V.N.-vlag!), wachtten wij bij het laatste huis alwaar de V.N.-waarnemers ook zagen dat er soldaten terugkwamen van hun spionage-opdracht en ons, onder vijandelijk vuur genomen zijnde(!), naderden. “Albert, kom op, in de auto.” hoorde ik roepen op mijn vooraangelegen positie. Toen ik in de auto klom ging ook de zijdeur open en soldaten met het geweer in de aanslag maanden ons achteruit te rijden, alwat mijn broeder dus ook deed. Instappende bad ik kalm tot God: “Het wordt nu een beetje heet onder de voeten, Heer; help”. Heerlijk om zo’n rustige reactie te kunnen opschrijven..! Hallelujah..! Toen we op het geveegde pad dóór het mijnenveld de stad Dubrovnic naderden, vertelde mijn broeder mij dat hij nog geen idee had hoe hij de mensen van het eilandje af zou kunnen halen. In de belegerde stad zijnde, gingen wij op zoek naar de (niet-christelijke) oorlogsverslaggever Dick Verkijk dewelke wij vooraf aan de andere kant ontmoet hadden. “Hoe zijn jullie hier gekomen..?” was zijn verbaasde vraag bij ons weerzien. “Dat kán helemaal niet; sinds de belegering van Dubrovnic, nu een tweetal maanden, zijn jullie de éérste búrgerauto die de stad is binnen gekomen...! Dat kán helemaal niet..!” waarop ik antwoorde: “Wat voor ménsen onmogelijk is, is mogelijk bij God.” Een klop op de deur. Daar was Wiep, een Nederlander getrouwd met een Kroatische en zodoende in dit leger als één der leiders van het ‘verzet’ die een radio-intervieuw over het bombardement op de haven van Dubrovnic zou geven. Na de opname “gezellig” napraten en gebeden voor hem en gezin, dewelke later in Castricum opgevangen is geweest. Op dat moment hoorde hij van onze plannen en als Néderlanders onder elkaar help je elkaar, toch? “Toevallig” had hij het commando over de zeeverdediging en hij zou de betreffende mensen middels een militaire operatie wel even aan deze kant brengen, hetgeen twee nachten later omstreeks drie uur ook gebeurde. De oplossing van óns probleem werd ons op een presenteerblaadje aangereikt..! De volgende dag vertrokken wij weer omgekeerde richting de belegerde stad uit, alsóf we eventjes waren winkelen..! Eventjes wachten tot het schieten was opgehouden en toen mochten we op eigen risico dóórrijden. Onder de witte vlag (Gij zult de Heere uw God niet verzoeken) reden we de Servische kant weer binnen om vervolgens mét betreffende personen naar het huisadres te gaan in VrnjackaBanja. Tja... “De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God” schrijft Lukas 18 : 27 dan...! Hallelujah..!


In april 1992 mocht ik met de Oost-Europa zending mee naar Albanië. Tijdens de installatie van de eerste democratische president na de communistische dictator Hoxa konden wij de toestand in dit land aanschouwen. Een grote ménselijkheid was wel te vinden; een 100-jarige vrouw werdt gewoon thuis verpleegt door haar 18-koppige familie waarvan er altijd wel eentje thuis was... Hoe anders dan het individualistische Nederland... Als groep konden we veel getuigen en de niet-christelijke chauffeur mocht ik het lied “Emmanuël” leren in de Albanesche taal; ondanks de aanwezige (christelijke) vertalers.


In 1992 ben ik in de zomer een tweetal keer meegeweest met de “Er is Hoop”-bus van de evangelisatie-stichting Agapè. Toen deze in juli 1992 in Castricum stond en aldaar op een groot buitenscherm de film over het leven van Jezus vertoonde, was ook ik van de partij. Tegen 23.30 uur wilde ik naar huis fietsen toen een broeder mij vroeg om nog even de bus in te gaan; daar waren enkele leden van het team al de hele avond in gesprek met ene Maaike. “Dan is er toch voldoende steun aanwezig” vertelde ik hem, doch hij wilde dat ik er ook heen zou gaan. Nadat het gesprek even gestopt was vroeg ik aan de ongeveer 22-jarige Maaike uit Assendelft of er al met haar gebéden was. Dit was niet het geval en dus mocht ik met haar bidden. Op mijn vraag of zij kon zeggen “Jezus Christus is mijn Heer” (IKor.12:3b) antwoordde zij ontkennend. Haar mijn eigen ervaring vertellende vroeg ik of ik onder handoplegging mocht bidden of de geest van onrust mocht verdwijnen. Met mijn ogen zág ik haar rustig worden, waarna zij deze woorden wél kon zeggen. Haar vader reisde de volgende dag naar de verder getrokken groep van de “Er is Hoop”-bus met de vraag: “Wat hebben jullie met mijn dochter gedaan?” Hij herkende haar niet meer. Hallelujah!


Even vóór de pauze van een christelijke praise-avond in de Sions-Kerk Haarlem-Noord (13 mrt 1993) ontmoette ik buiten een jongeman. Het was zijn eerste keer in een kerk, op uitnodiging van een vriend. Wat hij ervan vond? Tja, als moslim moest hij er nog even over nadenken, ook over het door mij voorgestelde gebed. Een tien minuten later mocht ik voor hem bidden.

Anderhalve maand later kwam ik Hans tegen. Hij vertelde mij dat hij op weg was om zich voor de trein te werpen. Op mijn verzoek hiermee even te wachten tot ná de kerkdienst en vanavond bij mij thuis een kopje koffie te komen drinken, reageerde hij positief. ’s-Avonds nam hij een tractaatje mee over de liefde van Jezus hetgeen hem zodanig aansprak, dat hij zich een paar dagen later bekeerde van de verkeerd-ingeslagen weg. Hij was vastgelopen op alle occulte wegen, waar hij soms de geesten letterlijk zág..! Op één avond vernietigden wij een métershoge stapel occulte boeken. Hans V. gaf zijn leven aan Jezus en werd gered.

Ene Tjerk B. uit Den Haag mocht ik op váderdag 1993 middels de waterdoop door onderdompeling in de zee bij Kijkduin dichter bij de Váder brengen; terwijl een tweetal maanden later ene Jack (tijdens een actie v/d ‘Er is Hoop”-bus Sittard), de Heere Jezus Christus als zijn Verlosser aannam.


Een eerste prediking mocht ik te Amersfoort in een huisgemeente houden. Krap een half jaar later reisde ik af naar de evangelische Kwa Sizabantu Missiepost in Kwa Zulu (Nathal) Zuid-Afrika. Een voorgenomen 14-daagse trip naar Kaapstad liep uit tot een gedurig verblijf aldaar met diverse ‘werkzaamheden’ voor Jezus, waaronder een ongeveer halfuur durend getuigenisgesprek met de Ned. vice-consul. Vanuit Kaapstad mocht ik ook het zuidelijkste puntje van Afrika (Cape Agulhas) bezoeken alwaar ik mijn (Nederlandse) geloofsgetuigenis in het meest zuidelijke huis van het continent Afrika kon deponeren. Schrijft de bijbel niet (in Hand.1:8) dat God Zijn dienstknechten naar het ‘uitertste der aarde’ zou sturen..? In Johannesburg mocht ik op 27 april langs de rijen stemgerechtigden lopen: “Zo de HEERE God is, volgt Hem na; en zo het Baäl is, volgt hem na”. Deze eerste vrij-demo(n)cratische verkiezingen werden door Mandela gewonnen, de nationale driekleur (Orange-blanje-blue) werd gewijzigd. Oorspronkelijk zou ik vanuit Johannesburg op 29 april vertrekken doch dit werd gewijzigd door het faillisement van Luxavia. Op de oorspronkelijke vertrekdag tijdens mijn inchecktijd, ontplofte er een bom in de vertrekhal van dit vliegveld van Jo’burg...

Thuisgekomen was mijn huis sterk vervuild door de valse broeder die hierin verbleef; zowel op natuurlijk als op geestelijk gebied. Nadat een 5-tal broeders geholpen hadden met opruimen, begon de geestelijke reiniging (1Kor15:46). Na ongeveer 'n week kwam een mij bekend buurmeisje met haar nichtje, die nog nimmer bij mij geweest was, even langs. Bij vertrek vertelde dit 8-jarige nichtje mij: " Ome Albert, toen wij hier kwamen, zag ik twee grote engelen over uw huis gebogen staan"... Psalm 8:3 / Matt.21:16 werd middels de lofzang bevestigd! Hallelujah!


Ook tijdens mijn kruistocht door Nederland met het “Váder mist kind.”-bord mocht ik diverse geestelijke dingen meemaken. Zo zijn er een aantal mensen bij mij thuis geweest vanuit Zwolle/Nijmegen daar zij aangeraakt waren door dit bord. Ook bemoedigende bevestigingen van profeten mocht ik ontvangen (Rotterdam/Scheveningen) dewelke mij in één keer de meervoudige betékenis van het bord konden vertellen.


Moe zijnde van de kruistocht mocht ik op ‘vakantie’ naar GHANA alwaar ik op 10 jan 1998 voor de eerste keer kwam. Na veel tegenslag en ziekte deelde ik in gebed, ’s-avonds omstreeks 23.30 uur, aan de hemelse Vader mijn besluit mee om de volgende ochtend mijn vliegtuigticket te wijzigen. Terug naar huis met de eerst mogelijke vlucht! ’s-Ochtens éérst langs de ‘compount’-pastor. Zijn vrouw riep mij en vertelde dat zij ’s-nachts gedroomd had over een blanke man met een buik dewelke naar het vliegtuig rende en dit niet moest doen... Nu mag u van mij weten dat ik blank ben, een buik heb en naar het vliegtuig rende..! Deze (inmiddels overleden) pastor Napoleon Augustine (uit Nigeria) heeft mij in de bediening als evangelist gezalfd. Een 14 dagen later mee naar een evangelisatie-bijeenkomst alwaar ik onverwachts een tien minuten durende getuigenis mocht geven dewelke zodanig opviel, dat de evangelist (Anthony K. Kwarteng) mij op sleeptouw meenam om meermaals te getuigen. De organiserende kerk (Royal Family Church / Living Word Centre / C.P.C. -Kumasi/ Pastor Blessing) vroeg mijn zondag’s d.a.v. te preken. Na de preek kwam een toehoorder naar mij en vertelde dat de profeet toch gelijk had gekregen... Hè? Zijn uitleg was, dat er een maand daarvoor een rondreizend predikant vanuit Nigeria deze gemeente vertelde dat er binnenkort een blanke man in de gemeente zou komen preken en dat de gemeente goed naar deze blanke man moest luisteren..! Tja..! In een tweede gemeente (“Jesus is Real” Kwadaso-Kumasi) klonk precies dezelfde profetie; andere plaats, andere mensen! In het al eerder aangehaalde Hand. 1 : 8 staat ook dat je start in je eigen ‘Jeruzalem’ (het éérst aangewezen gedeelte) vervolgens ‘Judea en Samaria’ (de omgeving) en vervolgens tot aan het uiterste der aarde. Telkens weer zag ik dit principe uitkomen: Ik was begonnen in mijn woonplaats Heemskerk, daarna de omgeving en daarna geheel Nederland (V.M.K.). Toen Ghana: Kumasi (1998/1999), Ashanti (= de provincie in 1999/2000) en daarna het gehele land (2000/2001)... In 2003 ben ik voor de 6e keer naar Ghana afgereisd alwaar ik in allerlei kerken (Methodist/Presbyterian/ Evangelische Gemeenten/R.K./onafhankelijken) dan voor ’n tiental en dan weer voor duizenden mensen mijn getuigenis kon vertellen: “Váder mist kind.”, waarbij ik de natúúrlijke situatie naar de gééstelijke situatie doortrek..!!


De zevende keer te Ghana voelde voor mij aan als zijnde een sabbatical. Iets 'anders' doen. Nu was het al langere tijd op mijn hart om een missiehuis te bouwen opdat ook ikzelf een ‘eigen’ woonruimte aldaar zou hebben. Op 24 december 2003 kon ik het opgebouwde 3-kamerhuis betrekken. De naam is genomen uit 2 Kron.20:26, zijnde “BERACHA”. Daaronder de Davidster met dááronder de tekst: “Shalom Prayer Centre”. Wel veel geestelijke weerstand tijdens de bouw en ook daarna! De ‘caretaker’ van dit huis was de locale 'pastor' Yaw Opoku D., dewelke jammerlijk later een schaap in wolfsklederen bleek te zijn.


Voorlopig tot zover deze getuigenissen. Waarom deze getuigenissen? Wellicht mist de hemelse Váder ú wel... (zoals u uw kinderen mist..?). Weet dan dat u uitsluitend door Jezus Christus naar de hémelse Vader kan komen..! Hij wil ook u helpen Moge God Zelf u hierdoor aan het denken zetten opdat ook u tot erkentenis der waarheid komt dat Jezus Christus waarlijk lééft! Hallelujah..!


-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-


Wat ánderen zeggen:


Uitdaging, krant voor christenen met visie, 25 februari 2001


Een boodschap met een dubbele bodem


Heemskerk,


Eigenlijk vindt hij het hypocriet, zo'n zwarte voorkant als Uitdaging de afgelopen maand had. Als christenen het niet eens zijn met het wetsvoorstel om euthanasie te legaliseren, zijn ze daar mooi te laat mee, vindt Albert Streep.

"Sommige christenen lijken met een roze brilletje op te leven, en ze negeren de maatschappelijke ontwikkelingen. Als er wetten ontstaan zoals het legaliseren van euthanasie, dan is dat omdat christenen hun mond houden", zegt hij.


Streep heeft aan den lijve ervaren hoe oorverdovend stil het soms kan zijn in christelijk Nederland wanneer het gaat om onrecht. Toen zijn vrouw hem verliet, werd het hem onmogelijk gemaakt zijn kinderen te zien. Nu al tien jaar lang voert Streep een eenzame strijd voor omgangsrecht. Hij klopte aan bij instantie na instantie en ook tal van christelijke organisaties hoorden Streep's roep om hulp. "Niemand reageerde", zegt Streep. Hij heeft geen hoge pet (meer) op van christelijk Nederland. "Ik heb zo'n veertig van de grote christelijke organisaties aangeschreven om hulp te vragen bij dit onrecht. Van slechts één, de Broederschap van Jezus, kreeg ik een antwoord. Zo is christelijk Nederland," Hij is, zegt hij, in veel christenen teleurgesteld. "De christenen hebben nooit hun mond opengedaan, en staan nu op de barricaden, nu het te laat is. Maar als Bert Dorenbos op de Dam staat om met Schreeuw voor Leven te protesteren tegen abortus is er bijna nie-mand bij." 'Maar zijn geloof in Jezus heeft Streep door dat alles niet verloren. Als een eenzame kruisvaarder loopt hij evangeliserend door Nederland, voorzien van een levensgroot bord. Om dat alles in banen te leiden is zelfs een heuse stichting opgericht, Wijze Vader.


Vanaf 1994 heeft Streep letterlijk Nederland doorkruist in de stijl van de profeet Hosea. Hij nam de trein naar een bepaalde stad en liep daar dan een week lang rond met een groot bord waarop een vuurrood hart is geschilderd met daarbij de woorden 'Váder mist kind'. Honderdduizenden Nederlanders moeten in de loop der jaren met Streep's boodschap geconfronteerd zijn geweest. Want hij was op menig groot evenement opvallend aanwezig. Van het Haagse Parkpop tot het druk bezochte Sail Amsterdam.


Met het bord ondersteunt Streep de stichting 'Dwaze Vaders', een organisatie van vaders die als gevolg van wettelijke omgangsregelingen hun kinderen nooit meer te zien krijgen. "Omgangs-on-recht" noemt Streep dat. Maar zijn bord vertelt meer. De tekst bevat een dubbele boodschap. Vragen van omstanders geven de mogelijkheid te wijzen op de Hemelse Vader die op zoek is naar Zijn verloren kinderen. Het is een oproep aan Nederland om terug te keren tot God. Hoon is niet zelden zijn deel. Hij wordt veel uitgelachen en tegengewerkt. Maar er zijn ook veel mensen geraakt door zijn boodschap en er wordt geluisterd naar wat hij te vertellen heeft. In bijna elke plaats waar hij komt wordt hij wel benaderd door een journalist van het plaatselijke sufferdje. Zodoende heeft hij ook in menig krant zijn boodschap van Gods liefde voor Zijn kinderen al kwijt gekund.


De laatste jaren loopt Streep niet zoveel meer met het bord rond. Zijn taak in Nederland ziet hij als volbracht. Nu is hij veel in het Afrikaanse Ghana te vinden waar hij zijn verhaal kan vertellen in alle daar aanwezige kerkelijke denominaties. "Daar wordt wat ik vertel wel geaccepteerd."


-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-



Geheugen van Heemskerk

http://www.geheugenvanheemskerk.nl/geheugenvanheemskerk/article-1036.4881-nl.html


De Evangelist

Van Acker tot Burcht, Zuidbroek-Oosterwijk 2007

Je herkent hem al van verre. Hoog en breed torent hij uit boven zijn lievelingsbankje. Grijze haren vliegen vanuit z’n kantige schedel alle windrichtingen op als het waait. Zijn stem draagt over het halve park, terwijl hij de honden opjut: “Jaaa hoor, daar is-ie weer – rennen, Bruno,Vlokkie, rennen!” Zijn Dalmatiër-teef geeft hem een vette lik dwars over z’n gezicht, hij schuldt van het lachen.



getuigenis

De Evangelist samen met zijn hond bij zijn lievelingsbankje in het park.

Het luidruchtige gedoe trekt hondenvrienden aan, men maakt wel vaker een praatje onder elkaar. Het gesprek neemt dan algauw een vlucht naar hogere sferen. De reus prijst luidkeels zijn Verlosser, wiens naam hij, na het vertrek van vrouw en kinderen, in z’n trouwring heeft laten graveren, samen met de datum van zijn bekering. Naast hem ligt een bijbeltje, waaruit hij rap citeert. Mensen beluisteren glimlachend zijn ongevraagde preken. Achter zijn rug verklaren ze hem voor gek. Hij heeft het door, beaamt het: “Ja, ik ben gek: G.e.k., Gods eigen kind!”
Ook mij wou hij bekeren. Tevergeefs. Dus kom ik in de hel. Zijn voorspelling staaft hij met een hele reeks bijbelspreuken, hij kent ze uit z’n hoofd.

Helemaal heeft hij mij nog niet opgegeven. Soms zwaait hij mij met vrome teksten op kalenderblaadjes tegemoet: “Dit moet je lezen, en dat!”

Bang voor een vroege dood is hij niet; hij wéét dat hij in de hemel komt. Vanwaar die zekerheid, verbaas ik me. “Lees het zelf maar na in de eerste brief van Johannes, kapitel 5, vers 12 en 13!”roept hij. En als je al bezig bent, sla Joh. 1:12 en 3:16 er ook maar op na!”
“Heb je dan niets anders te melden dan dat geloof van je?” vraag ik geïrriteerd. Hij heft zijn handen op in een ontwapenend gebaar, berustend en trots tegelijk. “Dát geloof, dat is alles wat ik heb” zegt hij. Daar heb ik niet van terug. Op dit moment ontroert hij me. Voor mij zie ik niet meer de gedreven evangelist, maar slechts een mens van vlees en bloed.


Verhaal verteld op: 10-03-2008 Auteur: Rosemarie Eichhorn



-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-



gepubliceerd op www.cip.nl/artikel/44925/ik-viel-vaak-huilend-in-slaap
op maandag 27-10-2014 08:35 door Jeffrey Schipper


"Ik viel vaak huilend in slaap"

beeld



Albert leerde Christus kennen na (v)echtscheiding

Na een (v)echtscheiding mocht Albert zijn kinderen niet meer zien. Eenzaam bleef hij achter. "Voorheen ging ik met drank naar bed. Nu met de Bijbel," vertelt Albert Streep. Vierentwintig jaar later ziet Albert zijn kinderen nog steeds niet. Maar het leven met de Heere Jezus geeft hem veel rust. "Ja, het niet zien van mijn kinderen vind ik zeer pijnlijk. Maar aan de andere kant: Christus is met mij en dat is afdoende


Rondom de echtscheiding waren zijn twee kinderen nog 1 en 3 jaar oud. "In die tijd was het in de wetgeving streng geregeld rondom echtscheiding. Zo waren er meer vaders die hun kinderen niet mochten zien. Later hief ik letterlijk mijn handen omhoog om het naar God uit te roepen: 'Ik kan het niet meer. Als U wilt dat ik geloof, zult U het moeten doen'. "Albert was kerkelijk opgevoed en in de kerk getrouwd. "In het huwelijk heb ik wel eens de Bijbel opengeslagen, maar ik kwam niet verder dan Genesis 5." Zijn christelijke buurman was na de scheiding de enige die hem opzocht. "Op een gegeven moment ging hij bidden voor zijn veiligheid. Dat vond ik prima, maar ik maakte hem wel meteen duidelijk dat ik geen stap in een kerk zou zetten."


Mee naar de kerk

"De buurman gaf mij het advies om in mijn huwelijksbijbel te lezen in het Nieuwe Testament. Later ging ik in plaats van met een fles drank met de Bijbel naar bed. Er sprak liefde uit de verhalen die ik las. Daardoor kreeg ik rust. Desondanks viel ik vaak huilend in slaap. Het voordeel was dat de lust naar drank verdween, terwijl ik in het verleden soms een halve liter alcohol of meer per dag dronk." Later kwam dan toch het moment waarop Albert door zijn buurman werd uitgenodigd om een kerk te bezoeken. "Maar ik voegde er wel aan toe: 'Ik ga maar één keertje met je mee.' Ik zag daar een drumstel en er hing een 'hallelujah-sfeer'. Dat was even wennen voor iemand die rooms-katholiek is opgevoed." Het gebed van de buurman, het lezen in de Bijbel en het bezoeken van een kerk waren opstapjes voor het leven met God dat Albert later ontwikkelde. "Op een avond was ik thuis alleen aan het bidden. Ik voelde als het ware golven van liefde over mij heen komen. Op het moment zelf dacht ik: 'is dit iets psychologisch?' Pas laster begreep ik dat dit de werking van de Heilige Geest was." Op een kerstavond zat Albert alleen thuis. Hij kreeg de drang om zich te laten dopen. "Ik had nog nooit met iemand over dopen gesproken. Daarom ervoer ik dit als Gods leiding."

Getuigen in Nederland en Ghana

Na zijn bekering heeft Albert veel gedaan op het gebied van evangelisatie. Allereerst in Nederland en later ook in Ghana. In het Afrikaanse land werd hij bevestigd als evangelist. "Ik had het idee dat in Nederland mijn verhaal niet werd gehoord. Later zijn er in Ghana deuren opengegaan. In veertien dagen heb ik vijftien keer mijn getuigenis verteld. De ene keer deed ik dat tegenover een kleine groep. Een andere keer stond ik voor zo’n zesduizend mensen." In Nederland ging hij regelmatig evangeliserend de straat op met het meervoudige betekenisvolle ‘Váder mist kind’-bord. Hij herinnert zich een gesprek met Hans. Hij nam een traktaat aan en ging later met Albert in gesprek. Uiteindelijk besloot hij Christus aan te nemen als zijn Redder. "Dit is slechts één van de vele ervaringen", onderstreept Albert.


"Dwars door de pijn van de scheiding heb ik God ervaren." Behalve die pijn werd Albert dit jaar ook nog geconfronteerd met een herseninfarct. "Ik loop erg moeizaam. Zo ben ik aan mijn linkerzijde grotendeels verlamd. Desondanks ervaar ik God erg sterk." Zo houdt Albert zich sterk vast aan zijn dooptekst: ‘De HEERE zal u zegenen vanuit Sion;u zult het goede van Jeruzalem zien, al de dagen van uw leven’ (Psalm 128:5). "Zo ervaar ik deze tekst ook," Aldus Albert.



Albert deelde zijn getuigenis eerder op het forum het forum van Credible. Bezoek ook de website van Albert Streep www.wijze-vader.nl .