Lotgenoten Gedicht, geschreven op 3 februari 1996

Het is zo'n specifiek probleem,
onzichtbaar; die anderen niet zien.
Zoals deze is er geen één
en nog ernstig bovendien
~

Je valt in een gat, daar gáát je werk,
suïcidaal gedrag is jou niet vreemd.
Je wordt genegeerd, óók door de kerk.
Je bent tenslotte een vreemde eend.
~
Eén is er die je wél begrijpt,
Ook Hij was daar, in jouw dal.
Hij hoopt vurig dat jij Hem grijpt,
daar alleen Hij jou helpen zal!
~
Hij ként de pijn van jouw hart,
die zijn bloed-eigen kinderen niet ziet.
Ook Hij heeft eenzelfde Váderhart,
en was jij dat kind toen niet?
~
Hij kent en ziet jouw stil verdriet,
jouw geest, door smart verslagen.
De mensen, zij doorgronden jou niet,
maar God zélf is er: Hij zal niet versagen!
~
In 't duister gaan lantaarns branden,
mensen begrijpen het absoluut niet.
Het licht schetst duidelijke randen,
waarom is er niemand die het ziet?
~
Moge God jouw Váder wezen,
dat roept Hij met heel Zijn zijn.
Voor jouw probleem dat is gerezen,
voor jou persoonlijk, in jouw pijn!
~
Mensen zullen blijven falen,
onthoudt dat als je ze ziet.
Ziende blind blijven ze pralen,
want zij zijn Jezus Christus niet.