"Het ongeloof sloeg over naar geloof !"

Ongeveer een maand nadat mijn vrouw samen met de kinderen, mij had verlaten, kwam ik in contact met een buurman die me hielp met bijbellezen. De pijn van een scheiding is voor buitenstaanders niet of nauwelijks uit te leggen. Dit is een voortdurend proces, mede door het feit dat er kinderen zijn.
Buitenstaanders met kinderen kunnen zich, denk ik, wel indenken wat het betekent om je kinderen niet of nauwelijks te mogen zien. In de wet staat hierover het een en ander. Maar over de menselijke waardigheid en gevoelens wordt daarin niet gesproken. Geheel verward ga je dan denken over het mens zijn. En dan zie je pas hoe onmenselijk deze maatschappij is. Geloof? Waar is God dan? Hoe kan God dit toestaan? Praat me er niet van! Toch had ik iets vragend's: "God, help me!" 
Ik was kerkelijk opgevoed en in de kerk getrouwd. In het huwelijk heb ik wel eens de bijbel opengeslagen, maar ik kwam niet verder dan Genesis 5. Met betrekking tot mijn buurtman dacht ik: "Praten mag je, maar van m'n geloof blijf je af." Ik hoefde niet naar een of andere kerk getrokken te worden.

Gesprekken
Na veel gesprekken met hem, begon ik in te zien dat hij in eerste instantie niet een kerk voorstond, maar Jezus Christus. Het geduld en de liefde die hij voor me opbracht had ik nog van niemand anders meegemaakt. Geestelijk kwamen we nader tot elkaar, in Jezus Christus. En ik denk dat het in oktober vorig jaar was, dat ik op een avond heel sterke liefdesgolven door me heen voelde gaan. Deze golven waren me onbekend en ik vond het onverklaarbaar. Later besefte ik dat dit iets bovennatuurlijks moest zijn. Tijdens een evangelisatieactie van de groep 'Vorming en Actie', een bijbelschool uit Ede, heb ik nog meer de kat uit de boom gekeken. 
Mijn gevoelens ten aanzien van het geloof in Jezus Christus gingen op en neer: ja - nee, ja - nee, enzovoorts. Tijdens deze actie heb ik oprecht gebeden: "Jezus, als u wilt dat ik geloof, dan zult U het moeten doen, helemaal, tot in alle details." Dat was begin november 1990.

Veel veranderd
Nu, terugblikkend op de afgelopen negen maanden, kan ik zeggen dat er daarna veel veranderd is. Met Kerst, op 25 december tijdens de samenkomst, voelde ik zoveel liefde in me van de mensen om me heen, dat ik dat graag openlijk wilde zeggen. Dat mocht. De volgende dag was ik er ten volle van overtuigd dat ik gedoopt moest worden.
Ik, terwijl ik als baby al gedoopt was? Dat was een herdoop! Toch wist ik het zeker. Maar dit dan, en dat dan? Vragen had ik nog genoeg! Toen las ik in een bijbel, die al jaren in de kast stond, dat de doop door onderdompeling gebeurde! In de bijbel staat ook duidelijk: "Bekeert u en laat u dopen", niet andersom. Enfin, op 27 januari 1991 ben ik gedoopt, volledig overtuigd door het Woord van God.
Intussen bleef de problematiek rond de echtscheiding, werd zelfs groter. De kinderen mochten mij steeds minder zien. De rust die ik daarentegen van Jezus kreeg werd steeds groter. "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" zegt Jezus (Mattheüs 11 vers 28). De problematiek bleef, maar ik keek er nu anders tegenaan. Met hulp en niet zomaar een hulpje - nee, Jezus! 

Evangeliseren
Buiten dit wonder maakte ik nog diverse andere wonderen mee. Had men mij vroeger gevraagd of ik ooit zou evangeliseren, dan had ik met mijn wijsvinger op mijn voorhoofd getikt. U raadt het misschien al: in maart van dit jaar heb ik daadwerkelijk geëvangeliseerd in Uitgeest.
Op een gegeven moment hadden we een gesprek met een vrouw, die wij konden vertellen over de liefde van Jezus. Ze nam Hem als haar Heiland en Verlosser aan en ongeveer drie maanden later werd ze genezen van suikerziekte. (Voor insiders: haar suikerpeil was 20, de volgende dag. 4,4!) Volgens huisarts en specialist was dat onmogelijk, maar medische proeven bewezen het!
Als je dit van nabij meemaakt, is dat een grote geloofsversterking voor je persoonlijk. Zo werd mijn relatie met Jezus steeds hechter. Het ongeloof sloeg over naar geloof. Niet het geloof in een of andere kerk, maar rechtstreeks in Jezus Christus.

Telkens weer
Telkens weer doet Jezus mij in Hem geloven. Na al deze gebeurtenissen begrijp ik wat er wordt bedoeld met de tekst, die staat in Efeziërs 2 vers 8 en 9: 'Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme."
Inderdaad, niet uit werken (of daden), zeker niet in mijn geval. Maar door de liefde van Jezus, die mij liefhad voordat ik Hem liefhad! Problemen zullen blijven, ook voor mij: fouten zal ik ook blijven maken, ik ben niet perfect. Maar toch zal Jezus van me blijven houden. "Want Hij die u roept is getrouw, die het ook doen zal."

Er zijn nog vele andere dingen die Jezus voor mij gedaan heeft. Als ik die één voor één zou beschrijven, zou dit blad te dik worden. Ik weet zeker dat Jezus niet alleen van mij houdt, maar ook van u. Wat moet u doen? Niets! Maar als u Zijn liefde zelf wilt ervaren en niet alleen wilt horen of lezen van anderen, dan hoop ik dat u Jezus een kans wilt geven om in uw leven binnen te komen. Hij klopt. Doet u open?